ECLI:NL:PHR:2001:AB2374

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
29 juni 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R00/119HR
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking hof inzake omgangsregeling en gezagswijziging

De zaak betreft een verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn kinderen, ingediend bij de rechtbank te Leeuwarden op 19 oktober 1999. De rechtbank stelde op 15 december 1999 een voorlopige omgangsregeling vast met geleidelijke uitbreiding, onder begeleiding van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). De vader vorderde vervolgens in kort geding nakoming van deze regeling, wat door de president werd afgewezen.

De moeder ging in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank, stellende dat omgang niet in het belang van de kinderen zou zijn. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank bij uitspraak van 28 juni 2000, maar gaf een soortgelijke opdracht aan de RvdK, zij het voor een latere periode. De RvdK stelde beroep in cassatie in tegen het hofarrest, waarbij de Procureur-Generaal de ontvankelijkheid van de RvdK in cassatie bevestigde.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat het hofarrest van 28 juni 2000 moet worden vernietigd. De zaak wordt verwezen naar een ander hof, en verwijzing van deze zaak lijkt niet nodig als de hoofdzaak wordt verwezen. De conclusie strekt tot vernietiging van het hofarrest, zonder dat de Hoge Raad zelf inhoudelijk op de omgangsregeling of gezagswijziging ingaat.

Uitkomst: Het hofarrest van 28 juni 2000 wordt vernietigd en de zaak verwezen naar een ander hof.

Conclusie

Rekest nr. R00/119
Mr. J. K. Moltmaker
Omgangsregeling
Parket, 13 april 2001
Conclusie inzake
De Raad voor de Kinderbescherming Directie Noord
tegen
1. [de moeder] en
2. [de vader]
Edelhoogachtbaar College,
1 Feiten en procesgang
1.1 Voorgeschiedenis
De voorgeschiedenis van deze zaak heb ik weergegeven in punt 1.1 van mijn conclusie van heden in de zaak nr. R00/118.
1.2 De onderhavige procedure
1.2.1 De onderhavige procedure is ingeleid bij een verzoekschrift van 19 oktober 1999 van de vader. Hij heeft daarbij de rechtbank te Leeuwarden verzocht een omgangsregeling vast te stellen. Nadien heeft de vader zijn verzoek aangevuld met een subsidiair verzoek tot gezagswijziging.
1.2.2 De rechtbank te Leeuwarden heeft bij beschikking van 15 december 1999 een voorlopige, in duur geleidelijk aan toenemende omgangsregeling vastgesteld. De rechtbank heeft daarbij bepaald dat begeleiding door (een medewerker van) de RvdK dient plaats te vinden.
1.2.3 De vader heeft in kort geding gevorderd de moeder te veroordelen tot nakoming van de door de rechtbank in haar beschikking van 15 december 1999 vastgestelde omgangsregeling op straffe van verbeurte van een dwangsom. De President heeft deze vordering afgewezen bij vonnis van 7 februari 2000.
1.2.4 De moeder is van de beschikking van de rechtbank van 15 december 1999 in hoger beroep gekomen. Zij stelt dat omgang niet in het belang van de kinderen is. De vader heeft incidenteel geappelleerd.
1.2.5 Bij afzonderlijke beschikking van 28 juni 2000, nr. 0000006, heeft het hof de beschikking van de rechtbank weliswaar vernietigd, maar zijn uitspraak bevat een soortgelijke opdracht aan de RvdK (maar dan over een latere periode). Het dictum van 's hofs beschikking is gelijkluidend aan die van de beschikking van dezelfde datum, nr. 0000036, voor zover geciteerd in punt 1.2.6 van mijn conclusie van heden in de zaak nr. R00/118.
1.2.6 De RvdK heeft als belanghebbende tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Met het in het verzoekschrift tot cassatie door de RvdK verdedigde standpunt, dat de raad ontvankelijk is in cassatie, verenig ik mij. In het middel van cassatie verzoekt de RvdK het verzoekschrift in cassatie in de zaak nr. R00/118 als herhaald en ingelast te beschouwen.
1.2.7 Onder verwijzing naar mijn betoog in de conclusie in de zaak nr. R00/118 ben ik van mening, dat de beschikking van het hof moet worden vernietigd. Indien overeenkomstig mijn voormelde conclusie de zaak nr. R00/118 naar een ander hof wordt verwezen, lijkt mij verwijzing van de onderhavige zaak niet nodig.
2 Conclusie
De conclusie strekt tot vernietiging van de beschikking van het hof van 28 juni 2000, nr. 0000006.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G i.b.d