ECLI:NL:PHR:2001:AB2783
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot herstel ouderlijk gezag na ontheffing
De vader was ontheven van het ouderlijk gezag over zijn twee kinderen en verzocht om herstel in dat gezag. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna het hof deze beslissing bekrachtigde. De Raad voor de Kinderbescherming had geadviseerd het verzoek af te wijzen vanwege het ontbreken van het vermogen van de vader om adequaat voor de kinderen te zorgen en het belang van de kinderen bij continuering van hun stabiele pleeggezin.
De vader stelde in hoger beroep diverse klachten over de procedure en de inhoudelijke beoordeling, waaronder onvoldoende gelegenheid tot reactie, schending van het recht op hoor en wederhoor, en het niet betrekken van deskundigenrapporten. Het hof verwierp deze klachten en handhaafde het oordeel dat herstel van het gezag niet in het belang van de kinderen is.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat de belangenafweging begrijpelijk is. Ook faalden de procedurele klachten, waaronder de oproeping en de behandeling van grieven. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de afwijzing van het verzoek tot herstel van het gezag definitief is.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot herstel in het ouderlijk gezag wordt definitief afgewezen.