ECLI:NL:PHR:2001:AB3142

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01938/00 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 445 SvArt. 577b Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen afwijzing verzoek kwijtschelding geldboete

Bij beschikking van 6 december 1999 wees de Arrondissementsrechtbank te Haarlem een verzoek af dat strekte tot kwijtschelding of subsidiair vermindering van een geldboete van 30.000 gulden, opgelegd door de Politierechter op 20 februari 1997. Verzoeker stelde tegen deze beschikking een rechtsmiddel in op 17 december 1999, maar stelde geen middelen van cassatie voor.

De Hoge Raad overweegt dat ingevolge artikel 445 van Pro het Wetboek van Strafvordering alleen beroep in cassatie openstaat tegen beschikkingen waarvoor dat uitdrukkelijk is bepaald. Aangezien het Wetboek geen bepaling bevat die cassatie tegen deze beschikking toestaat, kan verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn cassatieberoep.

Verder merkt de Hoge Raad op dat ook hoger beroep tegen deze beschikking niet openstaat, zodat het ingestelde rechtsmiddel niet als hoger beroep kan worden aangemerkt. De conclusie strekt ertoe het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke cassatieopenstelling.

Conclusie

Nr. 01938/00/B
Mr Wortel
Zitting: 12 juni 2001
Conclusie inzake:
[verdachte]
Edelhoogachtbaar College,
1. Bij beschikking van 6 december 1999 heeft de Arrondissementsrechtbank te Haarlem een verzoekschrift op grond van art. 577b Sv, strekkende tot kwijtschelding subsidiair vermindering van een bij beslissing van 20 februari 1997 door de Politierechter in die Rechtbank krachtens art. 36e Sr opgelegde verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag van fl. 30.000,= subsidiair twee maanden hechtenis, afgewezen.
2. Tegen deze beschikking heeft verzoeker op 17 december 1999 een rechtsmiddel doen instellen. Door of namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
3. Ingevolge art. 445 van Pro het Wetboek van Strafvordering staat tegen beschikkingen hoger beroep en beroep in cassatie alleen open in de gevallen waarin dat in het Wetboek is bepaald.
Nu in het Wetboek van Strafvordering geen bepaling voorkomt ingevolge welke tegen een beschikking als de onderhavige beroep in cassatie openstaat, kan verzoeker in het door hem ingestelde beroep niet worden ontvangen.
Aangezien tegen zo een beschikking ook hoger beroep niet is opengesteld, kan het ingestelde rechtsmiddel evenmin als zodanig worden aangemerkt.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat verzoeker in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,