ECLI:NL:PHR:2001:AB3287
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen vrijspraak in hennepplantenzaken
Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch sprak verzoeker vrij van het tenlastegelegde bezit van hennepplanten. Verzoeker stelde cassatie in tegen deze vrijspraak, maar diende geen inhoudelijke middelen in. De Hoge Raad oordeelde dat cassatieberoep tegen een vrijspraak in principe niet is toegelaten, tenzij sprake is van een verkeerde uitleg van de tenlastelegging, wat hier niet het geval was.
Daarnaast stelde verzoeker zich op het standpunt dat hij in cassatie wilde komen tegen de vermelding dat hij ter terechtzitting afstand had gedaan van vijf hennepplanten. De Hoge Raad stelde vast dat deze mededeling geen beslissing van de rechter betreft en daarom niet vatbaar is voor cassatie. Tevens ontbrak het verzoeker aan een duidelijke en nauwkeurige omschrijving van de vermeende onjuistheid in de rechtstoepassing.
De Hoge Raad concludeerde dat verzoeker niet-ontvankelijk is in het cassatieberoep. Tevens wees de Hoge Raad erop dat de proces-verbaal van de terechtzitting als juist moet worden aangenomen, waardoor de afstand van de hennepplanten als feitelijk juist geldt en geen verdere beslissing behoeft. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in cassatie.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep tegen de vrijspraak.