ECLI:NL:PHR:2001:AB3288

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03123/00
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en verwijzing wegens nietigheid proces en uitspraak door ontbrekende pleitnotities

Verzoeker was bij het gerechtshof vrijgesproken van het primair tenlastegelegde en veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor medeplegen van doodslag. Tijdens het hoger beroep werden pleitnotities overgelegd waarvan één niet volledig was. De ontbrekende pagina's konden niet worden achterhaald bij het hof noch bij de raadsman.

Door het ontbreken van deze pagina's kon niet volledig worden nagegaan welke verweren de verdediging had gevoerd. Dit werd door de Hoge Raad aangemerkt als een ernstig procesverzuim dat de procesorde schaadt en onherstelbaar is.

Daarom oordeelde de Hoge Raad dat het onderzoek en de uitspraak nietig zijn en vernietigde het arrest. De zaak werd verwezen naar een ander hof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.

De overige middelen van cassatie behoefden geen bespreking vanwege de vernietiging. Deze uitspraak benadrukt het belang van een volledige procesdossiervorming en de gevolgen van het ontbreken daarvan voor de rechtsgang.

Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd wegens nietigheid van het onderzoek door ontbrekende pleitnotities en de zaak wordt verwezen naar een ander hof.

Conclusie

Nr. 03123/00
Mr. Jörg
Zitting 26 juni 2001
Conclusie inzake:
[Verzoeker=verdachte]
Edelhoogachtbaar College,
1. Verzoeker is bij arrest van 18 februari 2000 door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding primair tenlastegelegde en ter zake van subsidiair "medeplegen van doodslag" veroordeeld tot zes jaren gevangenisstraf.
Deze zaak hangt samen met de zaken 03144/00 ([betrokkene A]), 03125/00 ([betrokkene B]) en 03124/00 ([betrokkene E]) waarin ik heden eveneens concludeer.
2. Namens verzoeker hebben mr. G.P. Hamer en mr. A.M. Kengen, advocaten te Amsterdam, vier middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het vierde middel klaagt erover dat zich bij de stukken van het geding niet de volledige pleitnota bevindt die ter zitting van 4 februari 2000 aan het hof is overgelegd. Dit zou tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak moeten leiden.
4. Het proces-verbaal ter terechtzitting in hoger beroep van 4 februari 2000 houdt - met betrekking tot de overgelegde pleitnotities - in:
"De raadsman voert vervolgens aan hetgeen is vervat in de door hem ter terechtzitting overgelegde pleitnotities, welke aan dit proces-verbaal zijn gehecht en waarvan de inhoud geacht wordt hier te zijn herhaald en ingelast."
5. Bij de stukken van het geding bevindt zich het proces-verbaal van de zitting van 4 februari 2000, waaraan twee pleitnotities zijn gehecht. De eerste pleitnotitie is - gelet op de doorlopende paginanummering en de redactie van de tekst - compleet. De tweede pleitnotitie - die woordelijk geenszins overeenstemt met de eerste - daarentegen niet. Gelet op de redactie van de laatste zin van de vierde pagina van deze pleitnotitie moet het ervoor worden gehouden dat deze pleitnotitie uit meer pagina's heeft bestaan dan de vier pagina's die wel zijn aangehecht. Navraag bij het hof leverde de informatie op dat de betreffende ontbrekende pagina's aldaar niet meer zijn aangetroffen en dat opvraging daarvan bij de betreffende raadsman evenmin tot een positief resultaat heeft geleid.
6. Nu de kennelijk ontbrekende pagina's van meergenoemde tweede pleitnotitie niet zijn aangehecht, kan niet volledig worden nagegaan welke verweren door de verdediging zijn gevoerd. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het verzuim onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt (vgl. HR 23 juni 1992, DD 93.014, HR 29 juni 1993, DD 93.490, HR 1 december 1998, NJ 1999, 470 m.nt.'tH).
7. Het vierde middel is dus terecht voorgesteld.
8. Het vorengaande brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en de overige middelen geen bespreking behoeven.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden