ECLI:NL:PHR:2001:AD3947
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing van het beroep tegen ontslag zonder dringende reden
In deze zaak stond het ontslag van een werknemer centraal, waarbij de kantonrechter te Deventer oordeelde dat er geen dringende reden voor het ontslag was. De loonvordering van de werknemer werd toegewezen. Dit vonnis werd bevestigd door de Arrondissementsrechtbank te Zwolle.
Wijco Nederland B.V. stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraken, maar de Hoge Raad concludeerde dat alle klachten van het cassatiemiddel faalden. Diverse onderdelen van het cassatiemiddel misten feitelijke grondslag of voldeden niet aan de vereisten van artikel 407 lid 2 Rv Pro. De overwegingen van de lagere rechters werden niet onbegrijpelijk geacht en de rechtsopvattingen werden niet onjuist bevonden.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad was dan ook dat het beroep verworpen moest worden. Hiermee blijft het ontslag zonder dringende reden onrechtmatig en wordt de loonvordering van de werknemer gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Wijco Nederland B.V. wordt verworpen, waardoor het ontslag zonder dringende reden onrechtmatig blijft en de loonvordering van de werknemer wordt toegewezen.