ECLI:NL:PHR:2001:AD4003
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij executoriaal beslag op lidmaatschapsrecht in coöperatie
De zaak betreft een geschil over de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter in een procedure ex art. 474g lid 1 jo. art. 474aa lid 2 Rv, waarbij de Coöperatieve Vereniging Villagio di Sunclass Tignale U.A. een verzoek indiende tot verkoop van een lidmaatschapsrecht waarop executoriaal beslag was gelegd.
Verzoeker, woonachtig in Italië en houder van het lidmaatschapsrecht verbonden aan een kavel met bungalow in Italië, voerde aan dat de Italiaanse rechter bevoegd was en dat het beslag onterecht in Nederland was gelegd. Zowel de Rechtbank als het Gerechtshof Amsterdam wezen dit verweer af en bevestigden de Nederlandse bevoegdheid.
De Hoge Raad overwoog dat het geschil valt onder het toepassingsgebied van het EEX-verdrag en dat de plaats van tenuitvoerlegging bepalend is voor de bevoegdheid. Het lidmaatschapsrecht wordt geacht te zijn gevestigd op de statutaire zetel van de coöperatie, namelijk Nederland. Er is geen EU-recht dat het beslag op een lidmaatschapsrecht gelijkstelt aan beslag op het onderliggende onroerend goed in Italië.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de Nederlandse rechter exclusief bevoegd is, dat het beslag terecht in Nederland is gelegd en dat de procedure door de coöperatie rechtsgeldig is gevoerd. Daarnaast werd een aanvullend cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de Nederlandse rechterlijke bevoegdheid en verklaart het aanvullend cassatieberoep niet-ontvankelijk.