ECLI:NL:PHR:2001:AD4006
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt draagkrachtberekening vader voor kinderalimentatie zonder volledige bodemsaneringskosten
In deze zaak staat de vaststelling van de draagkracht van de vader centraal in het kader van de kinderalimentatieverplichting jegens zijn drie kinderen uit het huwelijk met de moeder. De rechtbank had de bijdrage van de vader vastgesteld op f 25,- per kind per maand, waarbij geen rekening werd gehouden met de door vader opgevoerde saneringskosten van f 400.000,- wegens bodemverontreiniging, omdat nog niet vaststond dat hij deze kosten daadwerkelijk zou moeten dragen. De moeder ging in hoger beroep en verzocht om een hogere bijdrage.
Het hof stelde de bijdrage op f 350,- per kind per maand en baseerde zich op financiële gegevens over meerdere jaren, waarbij het wel rekening hield met een deel van de kosten voor bodemsanering en met een deel van de door vader betaalde lijfrentepremie. Het hof oordeelde dat het niet juist zou zijn om de volledige saneringskosten op het toetsjaar te drukken, mede omdat nog geen saneringsverplichting was aangegaan en er geen dringende noodzaak tot sanering was.
De vader stelde in cassatie dat het hof ten onrechte niet volledig rekening hield met de saneringsvoorziening en de volledige lijfrentepremie. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof zijn beoordelingsvrijheid correct heeft uitgeoefend, mede gelet op het ontbreken van voldoende zekerheid over de saneringskosten en de noodzaak van pensioenopbouw. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen; het hof heeft de draagkrachtberekening correct uitgevoerd zonder volledige aftrek van saneringskosten en met gedeeltelijke aftrek van lijfrentepremie.