ECLI:NL:PHR:2001:AD4299

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
30 oktober 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01138/01 U
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en herstel uitspraak uitlevering aan Duitsland door Hoge Raad

De arrondissementsrechtbank te Haarlem verklaarde op 22 mei 2001 de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Bondsrepubliek Duitsland toelaatbaar. Bij een herstel proces-verbaal van 17 juli 2001 verbeterde de rechtbank een kennelijke vergissing in het dictum, waarbij de uitlevering werd toegeschreven aan een andere persoon dan bedoeld.

De advocaat van de opgeëiste persoon trok het enige middel van cassatie in, waardoor geen inhoudelijke cassatie meer resteerde. De Procureur-Generaal stelde ambtshalve vast dat een herstel proces-verbaal niet geschikt is om een uitspraak met onjuiste informatie te wijzigen, maar dat de Hoge Raad dit na partiële vernietiging zelf kan herstellen.

De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest voor zover het de uitlevering toelaatbaar verklaarde en wees de zaak opnieuw toe, waarbij hij de uitlevering van de juiste persoon aan Duitsland toelaatbaar achtte. Hiermee werd de procedure gecorrigeerd zonder inhoudelijke wijziging van het uitleveringsbesluit.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest gedeeltelijk en herstelt dat de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toelaatbaar is.

Conclusie

Nr. 01138/01 U
Mr. Machielse
Zitting: 18 september 2001
(bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[De opgeëiste persoon]
1. Bij haar uitspraak van 22 mei 2001 heeft de arrondissementsrechtbank te Haarlem de uitlevering van [betrokkene A] aan de Bondsrepubliek Duitsland toelaatbaar verklaard. Bij haar herstel proces-verbaal van 17 juli 2001 ter verbetering van een kennelijke vergissing in het dictum van haar uitspraak van 22 mei 2001 heeft de rechtbank bepaald dat haar uitspraak, voorzover inhoudende de toelaatbaarverklaring door de rechtbank van de uitlevering van de hiervoor genoemde genoemde persoon aan de Bondsrepubliek Duitsland, verbeterd dient te worden gelezen in dier voege dat de rechtbank de uitlevering van [de opgeëiste persoon] aan de Bondsrepubliek Duitsland toelaatbaar verklaart.
2. Namens de opgeëiste persoon heeft mr. A.M. Ficq-Kengen, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld. Na toezending mijnerzijds van een kopie van het onder 1 genoemde herstel proces-verbaal heeft mr. Ficq-Kengen mij desgevraagd bij haar schrijven van 19 juli 2001 medegedeeld dat middel van cassatie in te willen trekken. Derhalve resteert thans niet meer een te bespreken middel van cassatie.
3. Ambtshalve verdient het volgende opmerking. De rechtbank heeft bij haar onder 1 genoemde herstel proces-verbaal het dictum in haar onder 1 weergegeven uitspraak willen wijzigen. Het komt mij echter voor dat een uitspraak waarin abusievelijk onjuiste informatie staat vermeld niet bij een herstel proces-verbaal gewijzigd kan worden. Nu de rechtbank van oordeel is dat sprake is van een kennelijke vergissing in haar dictum, welk oordeel ik onderschrijf nu uit de resterende inhoud van de bestreden uitspraak volstrekt helder is op wie zij betrekking heeft, kan de Hoge Raad één en ander na partiële vernietiging van de bestreden uitspraak zelf herstellen.(1)
4. Nu ik ambtshalve geen andere gronden tot cassatie heb aangetroffen dan de evengenoemde, concludeer ik tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voorzover daarin de uitlevering van [betrokkene A] aan de Bondsrepubliek Duitsland toelaatbaar is verklaard, met verwerping van het beroep voor het overige, en dat de Hoge Raad, opnieuw rechtdoende, verstaat dat de gevraagde uitlevering van [de opgeëiste persoon] aan de Bondsrepubliek Duitsland toelaatbaar is.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
1 Vgl. HR NJ 2000, 377 (Eerste Kamer); Vgl. voorts HR NJ 1978, 405 en 1978, 35 in uitleveringszaken.