"Het hof acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ten aanzien van de strafoplegging is het hof van oordeel dat met betrekking tot feit 3 subsidiair en feit 4 primair ten aanzien van het slachtoffer [...][...] sprake is van een eendaadse samenloop in de zin van artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, aangezien hetzelfde feitelijk handelen van feit 3 subsidiair tevens het strafbaar feit van het telastegelegde onder 4 oplevert.
Omtrent verdachte is een multidisciplinair rapport opgemaakt door dr L. de Graaf, psychiater, drs. M.T.P.F. Claes, psycholoog en drs. J. Krist, directeur van de Justitiële Jeugdinrichting "De Kolkemate" te Zutphen, gedateerd 19 oktober 1999.
Dit rapport houdt onder meer in -zakelijk weergegeven-:
"Verdachte is een jongen met een forse achterstand in de sociaal emotionele ontwikkeling. Hij is voor een vijftienjarige jongen kinderlijk te noemen. Angst lijkt een belangrijke bepalende factor in zijn leven te zijn, die consequenties heeft voor de omgang met leeftijdgenoten en dus ook voor zijn voorkeur voor jongere kinderen. Verdachte is op jonge leeftijd in seksueel opzicht geprikkeld geweest door zijn halfbroer en later door een buurjongen. Deze gebeurtenissen en zijn beperkte sociaal emotionele ontwikkeling maken dat hij erg gevoelig is geworden voor seksuele prikkels. Zijn keuze voor jonge kinderen komt meer voort uit andere aspecten van de persoonlijke relationele tekorten dan uit een gestoorde seksuele ontwikkeling. Het besef van het ontoelaatbare van zijn gedrag lijkt bij verdachte niet erg diep te zitten: hij wil het liefst niet meer denken aan het gebeurde en lijkt zich weinig in te leven in de gevoelens van zijn slachtoffers. Gezien de eerder gebleken wilszwakte en de neiging tot verdringing van het gebeurde lijkt de kans op recidive vrij groot. Behandeling is dan ook zeker aangewezen, met name gericht op een vergroting van het authentieke schuldbesef en het ook door hem zelf reëler inschatten van het risico van herhaling.
Gezien de problematische ontwikkeling van verdachte op sociaal emotioneel gebied en zijn inmiddels ontstane seksuele voorgeschiedenis is een PIJ-maatregel geïndiceerd. De meest aangewezen plaats voor verdachte zou een instelling als "Groot Emaus" te Ermelo zijn. Het probleem is echter dat hij hier geen schoolopleiding kan volgen, die aansluit bij zijn gemiddeld intelligente niveau. Als tweede optie wordt De Jeugdinrichting "Harreveld" te Harreveld geadviseerd."
Ter terechtzitting van het hof heeft de deskundige M.T.P.F. Claes, als psycholoog verbonden aan de Justitiële Jeugdinrichting "De Kolkemate" te Zutphen, verklaard - zakelijk weergegeven-:
"Ik sta nog steeds achter het door ons opgestelde rapport. De behandeling die betrokkene wekelijks ondergaat in "De Transfer" van het Circuit voor Forensische Pshychotherapie "Groot Batelaar" in Arnhem is niet voldoende. Zo lang hij niet een intensieve behandeling in een gesloten setting heeft gehad, is de kans op recidive groot. De delicten die hij gepleegd heeft, doet hij meer uit naïviteit en seksuele prikkels, niet uit kwade wil. Daarom acht ik behandeling binnen een strafrechtelijk kader noodzakelijk. Het is jammer dat "Groot Emaus" te Ermelo hem heeft afgewezen, maar de Jeugdinrichting "Harreveld" acht ik zeker geschikt."
Het hof verenigt zich met deze conclusies en maakt deze tot zijn oordeel.