ECLI:NL:HR:2001:AD4300
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oplegging PIJ-maatregel ondanks verweer over behandeling en thuissituatie
In deze zaak stond de oplegging van een plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) centraal. Het hof Arnhem had verdachte vrijgesproken van diverse seksueel misbruik gerelateerde feiten, maar wel een PIJ-maatregel opgelegd vanwege zijn forse sociaal-emotionele achterstand en het grote risico op recidive. Een multidisciplinair rapport concludeerde dat verdachte gevoelig is voor seksuele prikkels en onvoldoende besef heeft van het ontoelaatbare van zijn gedrag.
De raadsman van verdachte voerde aan dat verdachte sinds mei 2000 een intensieve behandeling ondergaat, het goed gaat op school en dat een ondertoezichtstelling is aangevraagd, en verzocht om een voorwaardelijke oplegging van de maatregel. Het hof vond de behandeling onvoldoende en achtte een gesloten setting noodzakelijk.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de maatregel voldoende heeft gemotiveerd en niet verplicht was om de door ouders en raadsman aangevoerde omstandigheden expliciet te betrekken in zijn motivering. Het cassatieberoep faalde en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de oplegging van de PIJ-maatregel wegens sociaal-emotionele achterstand en recidivegevaar.