ECLI:NL:PHR:2001:AD4316
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toelaatbaarheid vervolgingsuitlevering ondanks onschuldverweer en ontbrekende Duitse pogingsbepalingen
De arrondissementsrechtbank Alkmaar verklaarde de vervolgingsuitlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toelaatbaar op grond van feiten in het Haftbefehl van het Ambtsgericht Dortmund. De verdediging voerde onschuldverweer aan en verzocht om het horen van getuigen, maar de rechtbank verwierp dit omdat de opgeëiste persoon zijn onschuld niet onverwijld kon aantonen en een uitgebreid onderzoek niet passend was in het uitleveringsproces.
De Hoge Raad bevestigde dat de rechtbank terecht oordeelde dat de stukken over de militaire dienst en arbeidsbetrekkingen van de opgeëiste persoon onvoldoende waren om zijn onschuld direct aan te tonen. Het verzoek tot het horen van getuigen werd eveneens terecht afgewezen omdat dit een onderzoek vergelijkbaar met een strafgeding zou vereisen.
Daarnaast klaagde de verdediging dat de Duitse pogingsbepalingen met betrekking tot roof ontbraken, waardoor de dubbele strafbaarheid niet kon worden vastgesteld. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank ook zonder deze bepalingen kon vaststellen dat de feiten strafbaar waren volgens Duits recht en dat aan de vereisten van het Europees uitleveringsverdrag was voldaan.
Ten slotte werd het cassatieberoep verworpen en werd het dictum van de bestreden uitspraak licht verbeterd gelezen. De beslissing van de rechtbank bleef daarmee in stand, waardoor de uitlevering aan Duitsland toelaatbaar bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de toelaatbaarheid van de vervolgingsuitlevering aan Duitsland werd verworpen.