ECLI:NL:PHR:2001:AD5208
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken geldige volmacht advocaat
Verzoeker werd door de politierechter veroordeeld wegens poging tot doodslag en stelde hoger beroep in via zijn advocaat, die verklaarde daartoe bepaaldelijk gemachtigd te zijn. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep bleek dat de advocaat zonder overleg met verzoeker, die in detentie in het buitenland verbleef, het hoger beroep had ingesteld als een soort zaakwaarnemer. Het hof verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk wegens twijfel aan de volmacht van de advocaat.
De Hoge Raad bespreekt de wettelijke regeling van artikel 450 Sv Pro, waarin is bepaald dat een advocaat een rechtsmiddel kan instellen indien hij verklaart daartoe bepaaldelijk gemachtigd te zijn, zonder dat de rechter ambtshalve de waarachtigheid van die verklaring hoeft te onderzoeken, tenzij de verdachte zelf het initiatief neemt om dit te betwisten. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie die deze lijn bevestigt, maar nuanceert dat de appelrechter wel mag onderzoeken of de advocaat terecht verklaarde gemachtigd te zijn indien de verdachte niet verschijnt en de advocaat ter terechtzitting uitlatingen doet die impliceren dat geen machtiging is gegeven.
In deze zaak had het hof de verdachte onvoldoende duidelijk gevraagd of hij een behandeling in hoger beroep wenste, terwijl de advocaat ter terechtzitting aangaf geen specifieke machtiging te hebben en verzoeker niet was verschenen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof het niet-ontvankelijk verklaren onvoldoende heeft gemotiveerd en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
De Hoge Raad benadrukt ook het dilemma voor advocaten die zonder tijdige instructies van hun cliënt moeten handelen en dat zij een zekere ruimte moeten krijgen om uit eerdere instructies of omstandigheden op te maken of het instellen van een rechtsmiddel in de belangen van hun cliënt ligt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.