ECLI:NL:PHR:2001:AD5211
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt abstracte toetsing van buitenlandse verjaring bij Nederlandse rechtsmacht
In deze zaak werd verzoeker door het gerechtshof veroordeeld voor ontucht met zijn minderjarige kind, gepleegd in meerdere landen. Verzoeker stelde in cassatie dat het hof ten onrechte geen onderzoek had gedaan naar de verjaring van de feiten in het buitenland.
De Hoge Raad bevestigde dat bij toepassing van art. 5 Sr Pro slechts abstract wordt getoetst of het feit in het buitenland strafbaar is gesteld, en niet of het feit daar verjaard is. Dit betekent dat buitenlandse verjaring niet tot een verweer kan leiden in de Nederlandse strafprocedure.
Daarnaast stelde verzoeker dat hij niet door de rechter-commissaris was gehoord, wat volgens hem in strijd was met artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad vond dit verweer ongegrond omdat uit het proces-verbaal bleek dat verzoeker wel degelijk was gehoord, en zijn belangen niet waren geschaad.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van het hof. De conclusie van de Procureur-Generaal was eveneens dat het beroep niet slaagt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bevestigd.