ECLI:NL:PHR:2001:AD5966
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing inzake teruggave auto bij onduidelijkheid eigendomsrechten
Verzoeker had bij de rechtbank te 's-Gravenhage een klaagschrift ingediend tot teruggave van een in beslag genomen auto, welke door de rechtbank op 3 juli 2000 werd afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over wie de sterkste rechten op de auto kon doen gelden.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad stelde in zijn conclusie dat de rechtbank een onjuiste of ontoereikende maatstaf had toegepast. De hoofdregel bij beslagrecht is dat het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag vereist; als dat niet het geval is, moet het voorwerp worden teruggegeven aan degene onder wie het in beslag is genomen, tenzij een ander op het eerste gezicht een sterker recht heeft.
In deze zaak was het niet duidelijk of de auto gestolen was of wellicht verduisterd voordat verzoeker enig recht had gevestigd. De civiele rechter moet beslissen over eigendom en zakelijke rechten, niet de strafrechter. De Hoge Raad achtte het middel gegrond en vernietigde de bestreden beslissing, waarna de zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor nadere beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beslissing van de rechtbank en wijst de zaak terug voor nadere beoordeling over teruggave van de auto.