ECLI:NL:PHR:2001:AD6826
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep inzake ontsmettingsplicht veeaanhangwagen en uitzondering landbouwvoertuig
Verdachte vervoerde op 11 september 1997 een rund en een schaap in een veeaanhangwagen die hij nooit had ontsmet. Hij stelde dat ontsmetting niet nodig was omdat het vee in een aanhangwagen van eigen eigendom werd vervoerd, en verwees naar een uitzondering in art.7 van Pro de Beschikking ontsmetting motorrijtuigen en aanhangwagens 1976.
De Rechtbank veroordeelde verdachte tot een geldboete wegens overtreding van art.6bis Veewet, maar ging niet in op het verweer dat de uitzondering van art.7 van Pro toepassing was. De Hoge Raad stelt dat deze uitzondering alleen geldt voor aanhangwagens voortbewogen door landbouwvoertuigen, niet voor personenauto’s zoals in deze zaak.
De Hoge Raad wijst erop dat de behandeling van het cassatieberoep meer dan twee jaar heeft geduurd, wat in strijd is met het redelijke termijnbeginsel van art.6 EVRM Pro, en zal daarom de straf verminderen. Het cassatieberoep wordt verworpen, met een nadere motivering waarom het verweer faalt.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen, geldboete bevestigd maar verminderd wegens termijnoverschrijding.