ECLI:NL:PHR:2001:ZD1854

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
02948/00 E
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 60 Gezondheids- en welzijnswet voor dierenArt. 101a Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewijsvoering en verwerpt cassatie in economische delictenzaak

Verzoekster werd door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens overtreding van een voorschrift krachtens artikel 60, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. De politierechter had eerder een vonnis gewezen, maar dit werd door het hof vernietigd. Verzoekster stelde in cassatie één middel voor, waarin werd geklaagd over het feit dat de politierechter zijn bewijsverklaring baseerde op slechts één verklaring die niet van een opsporingsambtenaar afkomstig was.

De Hoge Raad oordeelt dat nu het hof het vonnis van de politierechter heeft vernietigd, in cassatie niet met vrucht kan worden geklaagd over de motivering van de bewezenverklaring door de politierechter. Het middel faalt derhalve en wordt verworpen. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

Er zijn geen ambtshalve gronden gevonden om de beslissing van het hof te vernietigen. Daarmee blijft de vernietiging van het vonnis van de politierechter in stand en wordt het cassatieberoep afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vernietiging van het vonnis van de politierechter blijft in stand.

Conclusie

Mr Jörg
Nr. 02948/00 E
Zitting 15 mei 2001
Conclusie inzake:
[verdachte]
Edelhoogachtbaar College,
1. Verzoekster is door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij uitspraak van 19 mei 2000 ter zake van "overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 60, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, begaan door een rechtspersoon, zeven maal gepleegd" veroordeeld tot zeven geldboetes, elk van f. 500. Deze zaak hangt samen met de zaken met de griffienummers 00580/00 E, 1863/00 E, 2177/00, 2945/00 E en 2949/00 E.
2. Namens verzoekster heeft mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt erover dat de politierechter de bewijsverklaring ten onrechte heeft doen steunen op één enkele verklaring, niet afkomstig van een opsporingsambtenaar.
4. Nu het hof het vonnis van de politierechter heeft vernietigd, kan in cassatie niet met vrucht worden geklaagd over de motivering van de bewezenverklaring door de politierechter. Het middel is derhalve tevergeefs voorgesteld.
5. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 101a RO ontleende overweging. Ambtshalve gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG