ECLI:NL:HR:2001:ZD1854
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.M. Orie
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet-tijdige indiening schriftuur in economische delictenzaak
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch de verdachte veroordeeld voor overtreding van een voorschrift krachtens artikel 60, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, gepleegd door een rechtspersoon. Het vonnis van de Economische Politierechter werd vernietigd en het hof legde zeven geldboeten op.
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest. De schriftuur van de advocaat werd echter niet binnen de door de Wet op de economische delicten gestelde termijn ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van art. 56 (oud) WED, waardoor de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
De Hoge Raad benadrukte dat alleen middelen van cassatie die een stellige en duidelijke klacht bevatten over de schending van rechtsregels of vormvoorschriften in aanmerking komen. De klacht in de schriftuur richtte zich op de motivering van de bewezenverklaring in het door het hof vernietigde vonnis, hetgeen niet volstaat.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 10 juli 2001. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep wegens niet-tijdige indiening van de schriftuur conform art. 56 WED (oud).