ECLI:NL:PHR:2001:ZD2033
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid dagvaarding bij onjuist woonadres verdachte in buitenland
De zaak betreft de vraag of de dagvaarding in een strafzaak rechtsgeldig is uitgereikt aan het kantooradres van verdachte in Nederland, terwijl zijn feitelijke woonadres in het buitenland lag en niet bekend was bij het Openbaar Ministerie. Verdachte had bij staandehouding een kantooradres in Nederland opgegeven, maar stond niet ingeschreven in het bevolkingsregister op dat adres. Zijn buitenlandse woonadres was niet aan het OM bekend.
De dagvaarding werd uitgereikt aan een persoon op het kantooradres die zich bereid verklaarde deze aan verdachte te overhandigen. Verdachte werd vervolgens bij verstek veroordeeld. In hoger beroep werd aangevoerd dat de dagvaarding nietig was omdat deze niet aan het juiste woonadres in het buitenland was betekend.
De Hoge Raad overweegt dat een kantooradres in principe niet als woonadres geldt, tenzij het ook als zodanig wordt gebruikt. In deze zaak was het kantooradres ook als woonadres opgegeven in de appelakte en verbleef verdachte daar daadwerkelijk. Omdat het OM niet op de hoogte was van het buitenlandse woonadres en verdachte het kantooradres als postadres had opgegeven, was uitreiking aan dat adres rechtsgeldig.
De Hoge Raad wijst het middel af en bevestigt dat de dagvaarding op correcte wijze is betekend. Het feit dat verdachte een ander woonadres in het buitenland had, waarvan het OM niet op de hoogte was, maakt de uitreiking niet nietig. De procedure is daarmee niet onrechtmatig verlopen.
Uitkomst: De dagvaarding is rechtsgeldig uitgereikt aan het kantooradres van verdachte, waardoor de veroordeling in stand blijft.