ECLI:NL:PHR:2001:ZD2765
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens onjuiste procedure bij wrakingsverzoek WAHV
De betrokkene stelde beroep in cassatie in tegen een beslissing van het gerechtshof te Leeuwarden, dat zich onbevoegd had verklaard kennis te nemen van het hoger beroep tegen een wrakingsbeslissing van de kantonrechter in een WAHV-zaak. De Hoge Raad oordeelt dat betrokkene niet de voorgeschreven procedure heeft gevolgd zoals voorgeschreven in artikel 449 en Pro 450 van het Wetboek van Strafvordering.
De juiste procedure vereist dat het beroep wordt ingesteld bij de griffie van het gerecht waarvan men het oordeel wil aanvechten, met een akte of schriftelijke indiening, waarna de griffier een volmacht opstelt. Direct beroep bij de Hoge Raad is niet toegestaan, ook niet door enkel mededeling aan de griffie van het gerechtshof.
Daarnaast benadrukt de conclusie dat de artikelen 512 tot en met 519 Sv van overeenkomstige toepassing zijn op de wrakingsprocedure in het kantongerecht volgens de WAHV, en dat tegen de beslissing van de rechtbank inzake wraking geen rechtsmiddel openstaat. Het hof was dus terecht onbevoegd. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep in cassatie.
Uitkomst: Beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste procedure bij wrakingsverzoek in WAHV-procedure.