ECLI:NL:PHR:2001:ZD2771
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontuchtige aard van handelingen van therapeut jegens patiënt ondanks beroep op haptonomische behandeling
In deze zaak stond de vraag centraal of handelingen van een therapeut die de borsten van een patiënt betastte, onder het mom van haptonomische ontspanningstherapie, strafbaar waren als ontucht. Het hof had geoordeeld dat deze handelingen ontuchtig van aard waren en niet therapeutisch, mede omdat de therapeut onvoldoende had geverifieerd of de patiënt hiermee instemde en omdat hij tijdens de sessie vragen stelde die niet pasten bij een therapeutisch doel.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht had geoordeeld dat het handelen ontuchtig was. Het hof had het beroep op een rechtvaardigingsgrond (medische exceptie) terecht verworpen, omdat seksuele handelingen binnen een afhankelijkheidsrelatie als verdacht en strafbaar moeten worden beschouwd, tenzij zij strikt medisch verantwoord zijn. De Hoge Raad benadrukte dat het begrip ontucht zich richt op inbreuk op lichamelijke integriteit en vrije beschikking over het lichaam zonder druk.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht gebruik had gemaakt van de bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van de patiënt en verdachte, en dat het beroep op bewijsverweren ongegrond was. Ook werden procedurele klachten over het proces-verbaal en toepassing van samenloopbepalingen verworpen. De veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en geldboete werd gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor ontuchtige handelingen jegens een patiënt ondanks het beroep op een haptonomische behandeling.