ECLI:NL:PHR:2004:AQ0950
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat ontucht ook zonder lichamelijk contact kan plaatsvinden afhankelijk van omstandigheden
In deze zaak stond de vraag centraal of seksuele handelingen zonder lichamelijk contact tussen verdachte en minderjarige als ontuchtig kunnen worden aangemerkt. Verdachte was veroordeeld voor ontucht met minderjarigen, waarbij hij zichzelf in het bijzijn van de minderjarigen masturbeerde en zijn erecte penis toonde, zonder dat sprake was van lichamelijk contact.
De verdediging stelde dat deze handelingen niet als ontuchtig konden worden beschouwd omdat er geen lichamelijke aanraking was en de minderjarigen een passieve rol hadden. De Hoge Raad bevestigde echter dat ontucht ook zonder lichamelijk contact kan plaatsvinden, mits de omstandigheden van het geval dit rechtvaardigen. De context, waaronder het leeftijdsverschil, de seksuele aard van de handelingen en het overwicht van de verdachte, zijn hierbij van belang.
De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin ontucht ook zonder lichamelijk contact werd aangenomen, met als onderscheid dat in die zaken het kind een actieve handeling verrichtte. In deze zaak was dat niet het geval, maar de seksuele gedragingen stonden niet op zichzelf en waren verbonden met andere handelingen waarbij wel lichamelijk contact was.
De Hoge Raad concludeerde dat het oordeel van het hof, dat ook de handelingen zonder lichamelijk contact als ontuchtig moesten worden beschouwd, niet onbegrijpelijk was. De middelen van cassatie werden verworpen en de veroordeling bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens ontucht, ook voor handelingen zonder lichamelijk contact.