ECLI:NL:PHR:2001:ZD2781
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid verstekvonnis bij afwezigheid raadsman in hoger beroep
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem waarin de verdachte bij verstek is veroordeeld wegens diefstal door twee of meer verenigde personen met braak. De verdachte was in eerste aanleg bijgestaan door een raadsman, die ook hoger beroep instelde. Bij de zitting in hoger beroep was noch de verdachte noch diens raadsman aanwezig, waarna verstek werd verleend.
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof niet heeft onderzocht waarom de raadsman ontbrak en dat dit tot nietigheid van het onderzoek zou moeten leiden. De Hoge Raad oordeelt echter dat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte in hoger beroep een raadsman had. De enkele omstandigheid dat een advocaat het rechtsmiddel heeft ingesteld, betekent niet dat deze advocaat ook de verdachte in hoger beroep bijstaat.
De Hoge Raad stelt dat het hof daarom niet verplicht was nader onderzoek te doen naar de afwezigheid van de raadsman. Ook indien de advocaat als raadsman zou worden aangemerkt, was het hof gerechtigd te veronderstellen dat deze op de hoogte was van de zittingsdatum. Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de verstekveroordeling in hoger beroep blijft gehandhaafd.