ECLI:NL:HR:2000:ZD2182
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verstekvonnis en afzien van getuigenverhoor zonder toestemming verdachte
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een verstekvonnis van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarbij de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van een overtreding van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie. Het hof had het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden en een geldboete.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer op het feit dat het hof tot verstek was overgegaan zonder dat uit het dossier bleek dat de raadsman van de verdachte schriftelijk was geïnformeerd, en op het afzien van het horen van een niet verschenen getuige zonder toestemming van de verdachte.
De Hoge Raad oordeelde dat de schriftelijke kennisgeving van de raadsman een ordemaatregel is en geen vereiste om als raadsman te kunnen optreden. Het hof hoefde niet nader te onderzoeken of de raadsman op de hoogte was van de zitting. Tevens was het hof bevoegd om zonder toestemming van de verdachte af te zien van het horen van de getuige op grond van artikel 331, tweede lid, Sv.
Daarmee faalden de middelen tot cassatie en werd het beroep verworpen. De bestreden uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het verstekvonnis met strafoplegging van twee maanden gevangenisstraf en een geldboete.