ECLI:NL:PHR:2001:ZD2799
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis en terugwijzing wegens onjuiste uitleg leerplichtwet en jeugdstrafrecht
De rechtbank te Rotterdam had de minderjarige verdachte op 26 oktober 2000 ontslagen van rechtsvervolging, ondanks bewezen overtreding van artikel 2 van Pro de Leerplichtwet 1969. De rechtbank meende dat de wetgever niet had voorzien in een maximale geldboete voor leerplichtige jongeren, waardoor het ten laste gelegde feit geen strafbaar feit was.
De officier van justitie stelde cassatie in tegen dit vonnis. De Hoge Raad analyseerde de wetsgeschiedenis van het jeugdstrafrecht en de Leerplichtwet 1969, waarbij bleek dat het nieuwe jeugdstrafrecht een bijzondere regeling kent voor maximale geldboetes, neergelegd in artikel 77l Sr. Deze regeling moet in samenhang met artikel 26 van Pro de Leerplichtwet 1969 worden gelezen.
De rechtbank had ten onrechte aangenomen dat er sprake was van een omissie in de Leerplichtwet 1969. De Hoge Raad oordeelde dat de strafbedreiging voor de leerplichtige jongere correct moet worden vastgesteld aan de hand van het samenstel van artikel 26 Leerplichtwet Pro 1969 en artikel 77l Sr.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam voor een correcte beoordeling met inachtneming van deze uitleg.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.