ECLI:NL:PHR:2001:ZD2834
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid opsporingsmethode bij invoer cocaïne ondanks betwisting gecontroleerde doorvoer
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf wegens invoer van cocaïne. In hoger beroep voerde verdachte aan dat sprake was van een gecontroleerde doorvoer van de cocaïne, waarbij de verbalisanten niet direct hadden ingegrepen, hetgeen zonder toestemming van de Minister van Justitie niet is toegestaan.
Het Hof verwierp dit verweer en oordeelde dat er geen sprake was van gecontroleerde doorvoer omdat het onderzoek na het ontstaan van de verdenking zich beperkte tot het vaststellen van identiteit en aanhouding van betrokkenen binnen korte tijd en onder voortdurende controle. De verbalisanten hadden volgens het Hof geen voorafgaande toestemming nodig voor hun opsporingsmethode.
De Hoge Raad concludeerde dat het Hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld en dat het verweer faalt. De klachten over het ontbreken van voortdurende controle en het niet direct in beslag nemen van de cocaïne werden verworpen, waarbij werd opgemerkt dat de inbeslagneming slechts kort werd uitgesteld om de afhalers te traceren. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot drie jaar gevangenisstraf wegens invoer van cocaïne.