ECLI:NL:PHR:2001:ZD2885
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van verzet tegen verstekvonnis wegens overschrijding termijn
Verzoeker werd bij verstek veroordeeld door de economische politierechter wegens overtreding van een milieuwetgeving, met een geldboete van ƒ 135,-. Omdat de geldboete lager was dan de minimumgrens van ƒ 500,-, stond hoger beroep niet open, maar kon verzet worden ingesteld tegen het verstekvonnis.
Verzoeker stelde echter een 'beroep' in, dat door de Hoge Raad werd aangemerkt als verzet. Dit rechtsmiddel werd niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen na kennisgeving van het vonnis ingesteld, waardoor het te laat was.
De Hoge Raad oordeelde dat verzoeker niet-ontvankelijk is in het verzet vanwege de overschrijding van de termijn. Hoewel cassatieberoep niet was ingesteld, besloot de Hoge Raad doelmatigheidshalve zelf in de zaak te voorzien en het verzet niet-ontvankelijk te verklaren.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzet wegens overschrijding van de wettelijke termijn.