ECLI:NL:HR:2001:ZD2885

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juli 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
01758/99 E
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • G.J.M. Corstens
  • A.J.A. van Dorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 399 SvArt. 10.10 lid 1 Wet milieubeheer
Verwijzingen
1 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens te late beroepsinstelling tegen milieuboete

De verdachte werd door de Economische Politierechter veroordeeld tot een geldboete wegens overtreding van een milieureglement. Tegen dit vonnis kon binnen een wettelijke termijn een rechtsmiddel worden ingesteld. De verdachte stelde het beroep echter pas één dag na het verstrijken van deze termijn in. De Hoge Raad overwoog dat het beroep daardoor niet-ontvankelijk was.

De procedure in cassatie betrof een beroep tegen een verstekvonnis van 12 december 1997. De mededeling van het vonnis aan de verdachte vond plaats op 16 maart 1999, waarna uiterlijk 30 maart 1999 beroep had moeten worden ingesteld. De Hoge Raad benadrukte dat de griffier het beroep als een verzet had moeten behandelen, maar dat dit niet is gebeurd.

De Hoge Raad concludeerde dat geen rechter het beroep nog in behandeling kan nemen vanwege de overschrijding van de termijn en verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk. Dit arrest bevestigt het belang van strikte naleving van termijnen bij het instellen van rechtsmiddelen in strafzaken.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroep in cassatie.

Uitspraak

3 juli 2001
Strafkamer
nr. 01758/99 E
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Economische Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 12 december 1997, parketnummer 09/085316-97, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, wonende te [woonplaats]
1. De bestreden uitspraak
De Economische Politierechter heeft de verdachte ter zake van "overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 10.10 eerste lid, van de Wet milieubeheer" veroordeeld tot een geldboete van éénhonderdvijfendertig gulden, subsidiair twee dagen hechtenis.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in diens beroep.
3. Beoordeling van het ingestelde beroep
3.1.Blijkens de door de Griffier van de Rechtbank daarvan opgemaakte akte heeft de verdachte op 31 maart 1999 ter griffie verklaard tegen het onder 1 vermelde vonnis "beroep" in te stellen. Aangenomen moet worden dat de verdachte heeft beoogd aldus tot uitdrukking te brengen het volgens de wet tegen voormeld vonnis openstaande rechtsmiddel, te weten verzet, te willen aanwenden. De Griffier van de Rechtbank heeft de stukken van het geding evenwel naar de Hoge Raad gezonden ter behandeling en afdoening van het ingestelde "beroep".
3.2. Tot de stukken van het geding behoort een op ambtseed opgemaakte "kennisgeving mededeling NOH-vonnis"
- waarmee klaarblijkelijk is bedoeld: niet-onherroepelijk vonnis -, inhoudende dat op 16 maart 1999 door een medewerker van de penitentiaire inrichting Oostereiland te Hoorn aan de verdachte in persoon mededeling is gedaan van voornoemd vonnis. Derhalve had tegen dat vonnis uiterlijk op 30 maart 1999 een rechtsmiddel moeten zijn aangewend. Het onder 3.1 bedoelde rechtsmiddel is evenwel eerst op 31 maart 1999 ingesteld.
3.3. De hiervoor onder 3.2 vermelde omstandigheid heeft tot gevolg dat geen rechter de verdachte nog zal kunnen ontvangen in het door deze aangewende rechtsmiddel. De Hoge Raad vindt hierin aanleiding de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het ingestelde beroep.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het ingestelde beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 3 juli 2001.
Mr. A.J.A. van Dorst is buiten staat dit arrest te ondertekenen.