ECLI:NL:PHR:2002:AD5813
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van tardiviteit van grief over onbevoegdheid rechtbank in hoger beroep
In deze zaak stond centraal de vraag of een grief over de onbevoegdheid van de rechtbank, die pas tijdens het pleidooi in hoger beroep werd ingebracht, alsnog in behandeling genomen kon worden. De rechtbank had eerder geoordeeld dat zij bevoegd was omdat partijen geen arbitrage waren overeengekomen. Het hof bevestigde dit oordeel en verklaarde de grief die laat werd ingebracht buiten beschouwing.
De Hoge Raad benadrukte dat grieven in dagvaardingsprocedures in principe in de memorie van grieven moeten worden aangevoerd en niet later, tenzij de wederpartij ondubbelzinnig instemt met latere behandeling. In deze zaak was die instemming niet gegeven, zodat de grief niet kon worden meegenomen. Ook de aard van het geschil bood geen uitzondering.
Het cassatieberoep faalde omdat het hof zijn oordeel over de instemming van de wederpartij op begrijpelijke wijze had gemotiveerd. Nieuwe feiten die een nieuwe grief vormen moeten eveneens tijdig worden ingebracht. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de grief over onbevoegdheid te laat is ingebracht zonder instemming van de wederpartij.