ECLI:NL:PHR:2002:AD5816

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 januari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/287HR
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering van verstek wegens niet tijdig inschrijven van dagvaarding in cassatieprocedure

In deze cassatieprocedure heeft eiser de Ontvanger van de Belastingdienst gedagvaard om te verschijnen bij de Hoge Raad ter behandeling van het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof. De dagvaarding van 25 juli 2001 werd echter niet tijdig ingeschreven op de rol, wat een essentiële procedurele fout is.

Eiser heeft vervolgens op 10 september 2001 een herstelexploit uitgebracht met oproeping voor een zitting op 12 oktober 2001 en de zaak op die zitting ingeschreven. De Ontvanger is echter niet verschenen, waarna eiser verzocht om verstek te verlenen.

De Hoge Raad oordeelt dat het herstelexploit niet binnen de vereiste termijn van veertien dagen na de oorspronkelijk aangezegde rechtsdag is uitgebracht, waardoor de procedure niet met bekwame spoed is voortgezet. Dit betekent dat het gevraagde verstek niet kan worden verleend.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekt daarom tot weigering van het gevraagde verstek, waarmee de procedure niet rechtsgeldig kan worden voortgezet.

Uitkomst: Het gevraagde verstek wordt geweigerd wegens niet tijdige inschrijving van de dagvaarding.

Conclusie

Rolnr. C01/287HR
Mr. L. Strikwerda
Zt. 9 nov. 2001
conclusie inzake
(concl. op verstek)
[Eiser]
tegen
de Ontvanger van de Belastingdienst
Particulieren/Ondernemingen Venlo
Edelhoogachtbaar College,
1. In deze zaak heeft eiser tot cassatie, hierna: [eiser], verweerder in cassatie, hierna: de Ontvanger, bij exploit van 25 juli 2001 gedagvaard om op 10 augustus 2001 te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad, met aanzegging dat hij beroep in cassatie instelt tegen het tussen partijen gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch d.d. 28 mei 2001.
2. [Eiser] heeft de zaak niet ter rolle doen inschrijven.
3. Bij herstelexploit van 10 september 2001 heeft [eiser] de Ontvanger opgeroepen voor de zitting van 12 oktober 2001. [Eiser] heeft de zaak op de rol van die zitting doen inschrijven.
4. De Ontvanger is op de zitting van 12 oktober 2001 niet verschenen. [Eiser] heeft verzocht verstek tegen de Ontvanger te verlenen.
5. Het op 25 juli 2001 uitgebrachte exploit van dagvaarding is niet ter rolle ingeschreven. Deze fout had kunnen worden hersteld door met bekwame spoed, dat wil zeggen binnen veertien dagen na de oorspronkelijk aangezegde rechtsdag, een herstelexploit te doen uitbrengen met oproeping tegen een nieuwe rechtsdag. Zie o.m. HR 27 februari 1987, NJ 1987, 559. Zie voorts Hugenholtz/Heemskerk, Hoofdlijnen van Nederlands Burgerlijk Procesrecht, 19e dr., 1998, nr. 58.
6. Het herstelexploit van 10 september 2001 is op de dertigste dag na de oorspronkelijk aangezegde rechtsdag en derhalve niet met bekwame spoed uitgebracht. Het gevraagde verstek kan dus niet worden verleend.
De conclusie strekt tot weigering van het gevraagde verstek.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,