ECLI:NL:PHR:2002:AD5816
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Weigering van verstek wegens niet tijdig inschrijven van dagvaarding in cassatieprocedure
In deze cassatieprocedure heeft eiser de Ontvanger van de Belastingdienst gedagvaard om te verschijnen bij de Hoge Raad ter behandeling van het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof. De dagvaarding van 25 juli 2001 werd echter niet tijdig ingeschreven op de rol, wat een essentiële procedurele fout is.
Eiser heeft vervolgens op 10 september 2001 een herstelexploit uitgebracht met oproeping voor een zitting op 12 oktober 2001 en de zaak op die zitting ingeschreven. De Ontvanger is echter niet verschenen, waarna eiser verzocht om verstek te verlenen.
De Hoge Raad oordeelt dat het herstelexploit niet binnen de vereiste termijn van veertien dagen na de oorspronkelijk aangezegde rechtsdag is uitgebracht, waardoor de procedure niet met bekwame spoed is voortgezet. Dit betekent dat het gevraagde verstek niet kan worden verleend.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt daarom tot weigering van het gevraagde verstek, waarmee de procedure niet rechtsgeldig kan worden voortgezet.
Uitkomst: Het gevraagde verstek wordt geweigerd wegens niet tijdige inschrijving van de dagvaarding.