ECLI:NL:PHR:2002:AD6257
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling valsheid in geschrift en verzwijging gezamenlijke huishouding
Verzoekster is door het hof te 's-Gravenhage veroordeeld voor valsheid in geschrift en het verzwijgen van een gezamenlijke huishouding met het oog op het verkrijgen van hogere bijstand. Het hof baseerde zich op verklaringen van betrokkenen en diverse bewijsmiddelen, waaronder ambtsedig opgemaakte processen-verbaal en inlichtingenformulieren.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel dat het hof art. 424 lid 2 Sv Pro zou hebben geschonden faalt omdat het hoger beroep tijdig is ingesteld en de wet geen vereiste stelt dat een zwaardere straf met eenparigheid van stemmen moet worden uitgesproken. Tevens wordt bevestigd dat verklaringen van horen zeggen als bewijsmiddel kunnen dienen volgens de de-auditu-constructie.
Het hof heeft voldoende vastgesteld dat sprake was van een gezamenlijke huishouding in de zin van art. 3 lid 3 ABW Pro, waarbij verzoekster en betrokkene B samenwoonden, gezamenlijke kosten deelden en zorg droegen. Klachten over het ontbreken van eigen waarnemingen van verbalisanten en het ontbreken van bewijs van opzet worden verworpen.
De conclusie wijst echter op een mogelijke verschoonbare dwaling en het ontbreken van een uitdrukkelijke verwerping van het verweer door het hof, waardoor de Hoge Raad het arrest vernietigt en de zaak verwijst naar een ander hof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde berechting.