ECLI:NL:PHR:2002:AD7018
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding wegens onjuiste betekening in hoger beroep strafzaak medeplegen bedrieglijke bankbreuk
Verzoeker is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van bedrieglijke bankbreuk tot een gevangenisstraf van vier maanden. Tegen dit vonnis is tijdig cassatieberoep ingesteld, maar zonder dat middelen van cassatie zijn voorgesteld.
In het hoger beroep was verzoeker niet verschenen, waarna verstek werd verleend. De dagvaarding voor het hoger beroep was echter niet op juiste wijze betekend. De dagvaarding kon niet worden uitgereikt op het in de akte vermelde adres, en er was geen woon- of verblijfplaats van verzoeker bekend in Nederland. De griffier heeft de dagvaarding ontvangen maar deze niet als gewone brief verzonden naar het feitelijke adres van verzoeker.
De Hoge Raad stelt dat de regeling van artikel 588 Sv Pro vereist dat na vergeefse aanbieding en uitreiking aan de griffier het gerechtelijk schrijven als gewone brief moet worden verzonden naar het bekende adres van de geadresseerde. Omdat dit niet is gebeurd en verzoeker op het in de akte vermelde adres bereikbaar was, is de betekening niet rechtsgeldig.
Daarom wordt het bestreden vonnis vernietigd voor zover het het hoger beroep betreft en wordt de dagvaarding in hoger beroep nietig verklaard.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens onjuiste betekening.