ECLI:NL:PHR:2002:AD7829
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep wegens te late indiening schrifturen
In deze zaken heeft het Gerechtshof Arnhem veroordeelden verplicht tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel of subsidiair hechtenis. De veroordeelden stelden cassatieberoep in, waarbij advocaat Moszkowicz namens hen schrifturen indiende. De kern van het geschil betrof de vraag of deze schrifturen tijdig waren ingediend binnen de gestelde termijn van 60 dagen na aanzegging ex art. 435 Sv Pro.
De Hoge Raad analyseerde de aanzeggingen en constateerde dat voor betrokkene A de aanzegging rechtsgeldig op 3 maart 2001 was betekend, en voor betrokkene B op 2 maart 2001. Een latere mededeling van 16 maart 2001 aan betrokkene B werd door een rectificatie van 26 maart 2001 als niet verzonden beschouwd. De schrifturen werden op 18 mei 2001 ontvangen, wat na de uiterste termijn viel.
De raadsman had onvoldoende navraag gedaan naar de juiste aanzeggingstermijn, waardoor de schrifturen te laat werden ingediend. De Hoge Raad zag geen aanleiding om ambtshalve in te grijpen en verwierp de cassatieberoepen in beide zaken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen wegens te late indiening van schrifturen.