ECLI:NL:PHR:2002:AD7857
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid thermische opnamen bij opsporing hennepplantage
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem, waarin verzoekster werd veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 158 hennepplanten. Het middel richtte zich op het bewijs dat volgens verzoekster onrechtmatig was verkregen door het gebruik van thermische opnamen.
Het hof had geoordeeld dat de thermische opnamen, gemaakt door de Politie Luchtvaartdienst, geen inbreuk maakten op het recht op privacy zoals beschermd door artikel 10 van Pro de Grondwet en artikel 8 EVRM Pro, omdat het slechts ging om een eenmalige opsporingshandeling die een algemene aanwijzing gaf voor een ongewone warmtebron, zonder stelselmatige observatie of het verkrijgen van een volledig beeld van het privéleven.
De Hoge Raad bevestigde dat de thermische opnamen niet als bewijs waren gebruikt maar slechts aanleiding gaven tot nader onderzoek. Ook wees de Hoge Raad het verweer af dat er sprake was van schending van artikel 1 Sv Pro, omdat er ten tijde van de thermische verkenning nog geen verdenking bestond. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling wegens bezit van hennepplanten bleef in stand.