ECLI:NL:HR:2002:AD7857
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet bevestigd door Hoge Raad
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof te Arnhem het vonnis van de Politierechter te Zwolle vernietigd en verdachte veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder c, van de Opiumwet. De straf bestond uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor zestig uur en een geldboete van tweeduizend gulden, subsidiair 35 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, waarbij zijn advocaat een middel van cassatie indiende. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat er geen reden was om het arrest ambtshalve te vernietigen.
De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. Hiermee blijft de strafoplegging ongewijzigd en wordt het vonnis van het hof definitief. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 12 maart 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen; het arrest van het hof Arnhem wordt bevestigd.