ECLI:NL:PHR:2002:AD8044
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over matiging loonvordering na vaststelling arbeidsovereenkomst en schadestaatprocedure
In deze zaak stond centraal de loonvordering van een verkoopster die na de overgang van een onderneming een arbeidsovereenkomst had met de nieuwe eigenaar. De Kantonrechter had in 1993 vastgesteld dat een arbeidsovereenkomst bestond en dat loon betaald moest worden, inclusief een wettelijke verhoging. Latere procedures gingen over de omvang van de loonvordering en de mogelijkheid tot matiging daarvan.
De Rechtbank Middelburg had de loonvordering beperkt tot de periode tot het vonnis van 28 oktober 1993 en de wettelijke verhoging vastgesteld op 50%. Zij oordeelde dat verdere matiging niet mogelijk was vanwege de bindende werking van het eerdere vonnis. De Hoge Raad stelt echter dat deze redenering onjuist is omdat matiging een beoordeling betreft van de omvang van de schadevergoeding en niet van de aansprakelijkheid zelf.
De Hoge Raad benadrukt dat in een schadestaatprocedure de rechter de omvang van de schadevergoeding kan matigen, ook als de aansprakelijkheid reeds vaststaat. De bindende werking van eerdere vonnissen beperkt niet de mogelijkheid tot matiging, tenzij in die vonnissen expliciet een matigingsbeslissing is genomen. De Hoge Raad vernietigt het bestreden vonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing over de matiging van de loonvordering.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling van de matiging van de loonvordering.