ECLI:NL:PHR:2002:AD8196
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over grenzen van de rechtsstrijd bij wijziging partneralimentatie
Partijen waren gehuwd en hun huwelijk werd op 3 maart 1998 ontbonden. De man werd door de rechtbank Utrecht verplicht partneralimentatie te betalen aan de vrouw van 5000 gulden per maand vanaf die datum. Later stelde de rechtbank bij beschikking van 29 december 1999 de alimentatie op nihil met terugwerkende kracht vanaf die datum, en bepaalde de alimentatie over de periode daarvoor op hetgeen feitelijk was betaald.
De man verzocht vervolgens de alimentatie te wijzigen naar nihil met ingang van 24 maart 1998, althans een ander bedrag. De vrouw ging in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank en verzocht het hof de alimentatie te herstellen op 5000 gulden per maand vanaf 29 december 1999, met wettelijke rente.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de man af, maar kende de vrouw meer toe dan zij in hoger beroep had gevorderd door ook te beslissen over de periode vóór 29 december 1999. De Hoge Raad oordeelde dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd was getreden door over een onderdeel te beslissen dat niet aan het hof was voorgelegd. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en stelde zelf de alimentatieverplichting van de man vast op 5000 gulden per maand vanaf 29 december 1999.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en stelt de alimentatieverplichting van de man vast op 5000 gulden per maand vanaf 29 december 1999.