ECLI:NL:PHR:2002:AD8879
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie en bewijsvoering in milieuzaken inzake herstelinrichting en afvalopslag
In deze zaak stond centraal of verdachte terecht werd aangemerkt als exploitant van een herstelinrichting voor motorvoertuigen en of de opslag van banden op zijn terrein als afvalstoffen kon worden gekwalificeerd. Het hof had geoordeeld dat verdachte zijn bedrijf als herstelinrichting exploiteerde en dat de opslag van verweerde banden op het terrein afvalstoffen vormde, ondanks dat verdachte soms banden verkocht.
Verdachte voerde in hoger beroep verschillende middelen aan, waaronder dat hij geen herstelinrichting exploiteerde, dat de tenlastelegging innerlijk tegenstrijdig was, dat de banden geen afvalstoffen waren en dat de banden niet op zijn terrein lagen. Het hof verwierp deze verweren op grond van de bewijsvoering, waaronder meldingen en verklaringen van verdachte zelf.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de tenlastelegging begrijpelijk had uitgelegd en dat de kwalificatie van het bedrijf als herstelinrichting juist was, mede door de melding en de aard van de werkzaamheden. Ook bevestigde de Hoge Raad dat de banden als afvalstoffen konden worden aangemerkt, ondanks incidentele verkoop, omdat het merendeel verweerd en opgeslagen was.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef. De zaak benadrukt het belang van objectieve criteria bij milieukwalificaties en de reikwijdte van meldingsplicht en vergunningen onder de Wet milieubeheer.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.