ECLI:NL:PHR:2002:AD8942
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid bewijs ondanks onrechtmatige doorzoeking zolderkamer
In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor het opzettelijk verkopen en aanwezig hebben van heroïne. Verdachte stelde dat de doorzoeking van de woning en een zolderkamer onrechtmatig was omdat deze zonder aanwezigheid van een rechter-commissaris of officier van justitie plaatsvond. De opsporingsambtenaren hadden volgens de verdediging de situatie moeten bevriezen in afwachting van de bevoegde autoriteit.
Het hof oordeelde dat de doorzoeking onrechtmatig was, maar dat dit niet automatisch tot bewijsuitsluiting leidde. De zolderkamer maakte geen deel uit van de woning van verdachte en hij was niet gerechtigd tot het gebruik ervan. De bewoners van het pand waren de enige die rechtsgeldig toestemming konden geven voor de doorzoeking. Dat verdachte zonder medeweten van de bewoners heroïne in de zolderkamer had verborgen, maakte geen inbreuk op zijn recht op privacy.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van verdachte. Het hof had geen verkeerde rechtsopvatting gegeven door te concluderen dat verdachte niet in een door het Wetboek van Strafvordering beschermd belang was getroffen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling ondanks de onrechtmatige doorzoeking omdat verdachte geen rechtmatig belang had bij de zolderkamer.