ECLI:NL:PHR:2002:AD8946

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
19 maart 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00148/00
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vermindert straf wegens overschrijding redelijke termijn

Verdachte stelde op 16 september 1999 beroep in cassatie in tegen een eerdere uitspraak. De zaak werd voor het eerst behandeld tijdens de zitting van de Hoge Raad op 22 januari 2002, wat betekent dat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Deze overschrijding van de redelijke termijn leidt volgens vaste jurisprudentie tot strafvermindering.

De Procureur-Generaal concludeerde dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen, maar uitsluitend ten aanzien van de strafoplegging. De Hoge Raad zal zelf de straf verminderen. Voor het overige zal het beroep worden verworpen, waarmee de overige onderdelen van het vonnis in stand blijven.

Deze uitspraak bevestigt het belang van het respecteren van redelijke termijnen in strafzaken en de gevolgen van overschrijding daarvan voor de strafoplegging. De zaak illustreert de toepassing van het beginsel van redelijke termijn en de bevoegdheid van de Hoge Raad om in cassatie strafvermindering toe te passen.

Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de straf vanwege overschrijding van de redelijke termijn en verwerpt het beroep voor het overige.

Conclusie

Nr. 00148/00
Mr Fokkens
Zitting: 29 januari 2002
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte heeft op 16 september 1999 beroep in cassatie ingesteld.
De zaak is ter terechtzitting van de Hoge Raad van 22 januari 2002 voor de eerste keer behandeld, hetgeen ertoe zal leiden dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep.
Dat brengt mee dat de redelijke termijn is overschreden. Dit moet leiden tot strafvermindering (vgl. HR 5 juni 2001, nr. 01786/99, JOL 2001, 368).
2. Ik concludeer dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen doch uitsluitend ten aanzien van de strafoplegging, zelf de straf zal verminderen, en het beroep voor het overige zal verwerpen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden