ECLI:NL:PHR:2002:AD8946
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert straf wegens overschrijding redelijke termijn
Verdachte stelde op 16 september 1999 beroep in cassatie in tegen een eerdere uitspraak. De zaak werd voor het eerst behandeld tijdens de zitting van de Hoge Raad op 22 januari 2002, wat betekent dat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Deze overschrijding van de redelijke termijn leidt volgens vaste jurisprudentie tot strafvermindering.
De Procureur-Generaal concludeerde dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen, maar uitsluitend ten aanzien van de strafoplegging. De Hoge Raad zal zelf de straf verminderen. Voor het overige zal het beroep worden verworpen, waarmee de overige onderdelen van het vonnis in stand blijven.
Deze uitspraak bevestigt het belang van het respecteren van redelijke termijnen in strafzaken en de gevolgen van overschrijding daarvan voor de strafoplegging. De zaak illustreert de toepassing van het beginsel van redelijke termijn en de bevoegdheid van de Hoge Raad om in cassatie strafvermindering toe te passen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de straf vanwege overschrijding van de redelijke termijn en verwerpt het beroep voor het overige.