ECLI:NL:PHR:2002:AD8963
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt straf en behandelt schadevergoedingsmaatregel bij poging tot doodslag
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens meervoudige poging tot doodslag, voorafgegaan door diefstal, gepleegd met het oogmerk straffeloosheid te verkrijgen bij heterdaad. Tevens werd verdachte ter beschikking gesteld met het bevel tot verpleging van overheidswege. Het Hof wees de vorderingen van twee benadeelde partijen toe en legde schadevergoedingsmaatregelen op, die werden vervangen door hechtenis.
Verdachte had na betrapt te zijn op winkeldiefstal een vuurwapen getrokken en geschoten op medewerkers en winkelend publiek. Een verzoek om een tweede psychiatrisch onderzoek werd door het Hof afgewezen, waarbij het Hof de juiste maatstaf toepaste en het oordeel niet onbegrijpelijk achtte.
De Procureur-Generaal stelde dat de proceskosten niet als schadevergoeding konden worden toegewezen omdat deze niet rechtstreeks voortvloeien uit het strafbare feit. De Hoge Raad vernietigde daarom de oplegging van de schadevergoedingsmaatregelen voor zover deze de proceskosten betroffen en verminderde het bedrag met ƒ 500,-. De overige vorderingen werden als voorschot toegewezen, waarbij de benadeelde partijen de mogelijkheid behouden om het niet-eenvoudige deel van hun schade bij de burgerlijke rechter te vorderen.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde het vonnis voor het overige. De strafrechtelijke procedure werd aldus gehandhaafd met een aangepaste schadevergoedingsmaatregel.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf en vermindert de schadevergoedingsmaatregel met proceskosten.