ECLI:NL:PHR:2002:AD9119
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over gelijke behandeling en pensioenvoorziening administratief personeel versus technisch personeel
In deze zaak vordert eiseres dat verweerster een pensioenregeling treft die gelijk is aan die van het technisch personeel, met terugwerkende kracht vanaf 1978. Eiseres stelt dat zij door uitsluiting van pensioenvoorziening als administratief medewerker wordt gediscrimineerd op grond van geslacht. De rechtbank oordeelde dat geen sprake is van gelijke of gelijkwaardige arbeid tussen administratief en technisch personeel en dat het onderscheid daarom niet onrechtmatig is.
De Hoge Raad bevestigt dat het recht op aansluiting bij een pensioenregeling onder het begrip loon valt volgens het EG-Verdrag, maar stelt dat de eis van gelijke of gelijkwaardige arbeid geldt voor een beroep op het discriminatieverbod. Eiseres heeft onvoldoende gesteld en bewezen dat haar arbeid gelijkwaardig is aan die van het technisch personeel. De rechtbank mocht daarom aannemen dat geen sprake was van gelijke arbeid.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de uitzondering in de Nederlandse wetgeving (art. 7A:1637ij oud BW) die pensioenregelingen buiten het discriminatieverbod houdt, terecht wordt toegepast. De vordering van eiseres wordt afgewezen. Het beroep op goed werkgeverschap faalt eveneens omdat geen wettelijke verplichting tot pensioenvoorziening bestaat buiten het discriminatieverbod.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van eiseres en bevestigt het oordeel van de lagere rechter dat geen sprake is van verboden onderscheid op grond van geslacht in deze pensioenkwestie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat geen sprake is van verboden onderscheid op grond van geslacht in de pensioenvoorziening voor administratief personeel.