ECLI:NL:HR:2002:AD9119
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over indirecte discriminatie bij pensioenregeling tussen technisch en administratief personeel
Eiseres vorderde dat verweerster met terugwerkende kracht een pensioenregeling zou treffen die gelijk is aan die voor technisch personeel, omdat anders sprake zou zijn van indirecte discriminatie op grond van geslacht. De Kantonrechter en Rechtbank wezen de vorderingen af, waarbij de Rechtbank oordeelde dat technisch en administratief personeel geen arbeid van gelijke waarde verricht, zodat geen sprake is van verboden onderscheid.
De Hoge Raad bevestigt dat het recht op aansluiting bij een pensioenregeling onder art. 119 EG Pro-Verdrag valt en dat eiseres rechtstreekse werking aan deze bepaling kan ontlenen. De bewijslast voor gelijke of gelijkwaardige arbeid ligt bij eiseres, en de Rechtbank heeft terecht geen verlegging van de bewijslast toegepast.
De Hoge Raad oordeelt dat de Rechtbank niet onjuist heeft geoordeeld dat er geen sprake is van arbeid van gelijke waarde tussen technisch en administratief personeel. Ook het beroep op goed werkgeverschap faalt. Het beroep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat het ontbreken van pensioenregeling voor administratief personeel geen indirecte discriminatie inhoudt.