ECLI:NL:PHR:2002:AD9213
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens niet persoonlijk doen van geboorteaangifte conform wettelijke verplichting
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een veroordeling wegens het niet voldoen aan de wettelijke verplichting tot aangifte van geboorte. Verzoeker had de geboorte van zijn zoon schriftelijk aangemeld, maar verscheen niet persoonlijk bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, wat volgens de rechtbank een strafbare overtreding opleverde.
Verzoeker voerde aan dat de wet geen persoonlijke verschijning vereist en dat hij de aangifte op een wettelijk toegestane wijze schriftelijk had gedaan. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en de huidige wettelijke bepalingen, die bevestigen dat persoonlijke verschijning verplicht is om de identiteit van de aangever vast te stellen.
Verder werden klachten over het gebruik van verklaringen als bewijs, vermeende tegenstrijdigheden in de verklaring, vermeend misbruik van procesrecht en andere procedurele bezwaren door de Hoge Raad verworpen wegens gebrek aan feitelijke grondslag of omdat deze niet tijdig in de procedure waren ingebracht.
De Hoge Raad concludeert dat de rechtbank het recht juist heeft toegepast en dat er geen gronden zijn voor cassatie, waardoor het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling wegens het niet persoonlijk doen van de geboorteaangifte.