ECLI:NL:PHR:2002:AD9331
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gezag van gewijsde bestuursrechtelijke uitspraak en toepassing art. 8 Wob
De zaak betreft een geschil tussen een SLOM-deelnemer en de Staat over de omzetting van een voorlopige referentiehoeveelheid melkproductie in een definitieve hoeveelheid. De minister van Landbouw weigerde deze omzetting, waarna de eiser bezwaar maakte en in beroep ging bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB), dat de bezwaren verwierp.
De eiser stelde vervolgens een civiele vordering in wegens onrechtmatig handelen van de Staat, stellende dat onvoldoende duidelijke regelgeving en voorlichting was gegeven over de criteria voor omzetting van het melkquotum. De rechtbank en het hof oordeelden dat de civiele vordering niet ontvankelijk was vanwege het gezag van gewijsde van de bestuursrechtelijke uitspraak.
De Hoge Raad bevestigt dat de civiele rechter niet vrij is om dezelfde rechtsvragen die reeds door de bestuursrechter zijn beoordeeld opnieuw te behandelen. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat artikel 8 van Pro de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) niet van toepassing is op het verstrekken van informatie over wetsuitleg en regelgeving, maar slechts op beleidsinformatie.
De Hoge Raad wijst de cassatieberoep af en bevestigt het oordeel van het hof dat de Staat niet onrechtmatig heeft gehandeld door het niet verstrekken van nadere informatie over de omzetting van het melkquotum. De eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de civiele vordering afgewezen wegens gezag van gewijsde en niet-toepassing van art. 8 Wob.