ECLI:NL:PHR:2002:AD9604
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij reconventionele vordering onder EEX-Verdrag
In deze zaak staat centraal de vraag of de Rechtbank te Rotterdam bevoegd is om kennis te nemen van een eis in reconventie van Ziegler tegen Spectra, waarbij Ziegler schadevergoeding vordert wegens onrechtmatige uitoefening van retentierecht en wanprestatie. Spectra betwistte de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter.
De feiten betreffen zesentwintig partijen televisietoestellen die Ziegler in Rotterdam heeft ingeklaard voor Spectra, gevestigd in het Verenigd Koninkrijk. Na een geschil over retentierecht en bankgaranties ontstond een procedure waarin Ziegler een tegenvordering instelde wegens schade door vermeende onjuiste informatie van Spectra.
De Rechtbank en het Gerechtshof verklaarden zich bevoegd op grond van art. 5 sub Pro 1 en sub 3 van het EEX-Verdrag. Spectra stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel, met name over de plaats van uitvoering van de contractuele verbintenis en de kwalificatie van de vordering als contractueel dan wel onrechtmatig.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verbintenis in Rotterdam moest worden uitgevoerd, maar dat dit gebrek niet tot vernietiging leidt omdat vaststaat dat Nederlands recht van toepassing is en dat de plaats van uitvoering naar analogie van art. 3:37 lid 3 BW Pro in Rotterdam is. Tevens bevestigt de Hoge Raad dat de bevoegdheid van de Nederlandse rechter zich uitstrekt tot zowel contractuele als onrechtmatige daadvorderingen indien voldaan is aan art. 5 sub Pro 1 en sub 3, zonder dat sprake is van jurisdictionele natrekking.
De conclusie van de Hoge Raad is dat het cassatieberoep wordt verworpen en dat de Nederlandse rechter bevoegd is de reconventionele vordering te behandelen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de Nederlandse rechter is bevoegd de reconventionele vordering te behandelen.