ECLI:NL:PHR:2002:AD9856
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Adviesrecht ondernemingsraad bij instelling Coördinatiecommissie Rijksrecherche en het primaat van de politiek
De zaak betreft het geschil over de vraag of de ondernemingsraad van de Rijksrecherche op grond van art. 25 WOR Pro adviesrecht had bij het besluit van het College van procureurs-generaal tot instelling van de Coördinatiecommissie Rijksrecherche. Deze commissie zou centraal gaan beslissen over de inzet van de Rijksrecherche, wat leidde tot een wijziging in de organisatiestructuur en de bevoegdheden binnen de Rijksrecherche.
De Ondernemingskamer had geoordeeld dat het besluit adviesplichtig was en dat het niet vragen van advies aan de ondernemingsraad kennelijk onredelijk was. Het College stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad onderzocht onder meer of het besluit viel onder de uitzondering van het adviesrecht op grond van het primaat van de politiek zoals bedoeld in art. 46d WOR.
De Hoge Raad overwoog dat het besluit een publiekrechtelijke vaststelling van taken betreft die onder het primaat van de politiek valt, aangezien de minister van Justitie als democratisch gecontroleerd orgaan het parlement kan aanspreken over het functioneren van de Rijksrecherche. Hierdoor is het besluit niet vatbaar voor het adviesrecht van de ondernemingsraad. De Hoge Raad vernietigde de beschikking van de Ondernemingskamer en wees de verzoeken van de ondernemingsraad af.
De uitspraak benadrukt de scheiding tussen gezag en beheer binnen de Rijksrecherche en de rol van het Openbaar Ministerie en het College van procureurs-generaal als organen van de Staat. Tevens wordt het belang van politieke verantwoordelijkheid en democratische controle in overheidsbesluiten onderstreept, waardoor medezeggenschapsrechten van overheidspersoneel in bepaalde gevallen worden beperkt.
Uitkomst: Het besluit tot instelling van de Coördinatiecommissie Rijksrecherche valt onder het primaat van de politiek en is niet vatbaar voor adviesrecht van de ondernemingsraad.