ECLI:NL:PHR:2002:AE0038
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling medeplegen moord ondanks procedurele bezwaren
Na vernietiging van een arrest van het Gerechtshof te Den Haag door de Hoge Raad werd de zaak verwezen naar het Hof te Amsterdam. Dit Hof veroordeelde verdachte tot acht jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord en andere feiten. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest met drie middelen.
Het eerste middel klaagde over schending van de redelijke termijn, maar deze klacht faalde wegens gebrek aan feitelijke grondslag; stukken waren tijdig ontvangen. Het tweede middel betrof de klacht dat het Amsterdamse Hof ten onrechte zijn arrest mede baseerde op het onderzoek van het Haagse Hof, wat volgens de Hoge Raad niet toegestaan is. Desondanks oordeelde de Hoge Raad dat dit niet tot nietigheid van het onderzoek en arrest leidt, omdat het Amsterdamse Hof een volledig nieuw onderzoek had ingesteld.
Het derde middel betrof de bewezenverklaring van het feit dat verdachte als bestuurder van een auto met het bovenlichaam uit het portierraam schietend handelde, hetgeen volgens de verdediging feitelijk onmogelijk was. De Hoge Raad verwierp dit middel eveneens. Uiteindelijk concludeerde de Procureur-Generaal dat geen gronden voor cassatie aanwezig waren en adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf blijft in stand.