ECLI:NL:PHR:2002:AE0537
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beslissing schadevergoeding en verwijst terug in zaak seksueel binnendringen minderjarige
Verdachte is door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf wegens seksueel binnendringen van een minderjarige en tot betaling van een voorschot van tienduizend gulden aan het slachtoffer, met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel. Het hof wees andere vorderingen van slachtoffers af. Verdachte was niet persoonlijk aanwezig bij de zitting, maar werd vertegenwoordigd door een advocaat die aanhield voor uitstel vanwege de afwezigheid van verdachte in Canada.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet verplicht was het verzoek tot aanhouding te honoreren, omdat verdachte zijn verdediging schriftelijk via zijn raadsman heeft gevoerd en geen concreet voornemen had om naar Nederland te komen. De strafoplegging is passend geacht gezien de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit.
Echter, de Hoge Raad vernietigt het oordeel over de schadevergoedingsmaatregel en de toegewezen voorschotbetaling omdat deze gebaseerd zijn op wettelijke bepalingen die niet van toepassing zijn op feiten begaan vóór 1 april 1995. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling van de vordering van het slachtoffer op basis van de toen geldende wetgeving.
De overige middelen van cassatie worden verworpen. De Hoge Raad benadrukt dat het hof niet verplicht was om uitgebreide motivering te geven bij het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel, maar dat het wel gebruikelijk is. De strafoplegging blijft in stand, evenals de vrijspraak van andere tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor het deel van de schadevergoeding en verwijst terug voor nieuwe beoordeling, de strafoplegging blijft in stand.