ECLI:NL:PHR:2002:AE1183
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vrijspraak wegens onjuiste termijninterpretatie voorlopige milieumaatregel
Het gerechtshof te 's-Gravenhage sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde, omdat het oordeel was dat de termijn van zes weken na betekening van een voorlopige maatregel nog niet was verstreken op het moment van het politieonderzoek. De voorlopige maatregel verplichtte verdachte zich te onthouden van bepaalde milieuhandelingen en binnen zes weken schriftelijk aan te tonen dat hij daaraan voldeed.
De advocaat-generaal stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak. De Hoge Raad moest beoordelen of de advocaat-generaal ontvankelijk was in het cassatieberoep tegen de vrijspraak. Dit hing af van de vraag of het hof bij zijn vrijspraak was gebleven bij de grondslag van de tenlastelegging.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste uitleg had gegeven aan de termijn 'binnen zes weken na betekening'. Het hof rekende de termijn als 43 dagen in plaats van 42 dagen, waardoor het bewijs van overtreding op 28 oktober 1999 niet als bewijs kon dienen. Door deze onjuiste uitleg had het hof de grondslag van de tenlastelegging verlaten, waardoor de advocaat-generaal ontvankelijk was in het cassatieberoep.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor hernieuwde behandeling op basis van de juiste termijninterpretatie. De zaak zal opnieuw worden beoordeeld op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak wegens onjuiste termijninterpretatie en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.